designed by webproof
Biografie
Mag ik me even aan u voorstellen?

In het Aalsmeerse bevolkingsregister sta ik sinds 20 juni 1942
te boek onder de naam Adriaan van Dam maar als ik aan het
rijmen sla, heet ik plotseling Koos Haydn.
Waarom? Geen idee.

Ondanks het feit dat de poëzie me sinds jaar en dag boeit,
ben ik pas in 2003 begonnen met het noteren van
woordspelingen en rijmflarden die in mijn hoofd opkwamen.
Ik lieg als ik zou zeggen mezelf als een dichter te beschouwen;
meer als een pretentieloze versjesbakker.

Hoe ik over mijn eigen werk denk?



~Net aan rijm, nooit poëzie~

‘k Pluk woorden in de tuin uit ’t Muzebed
In nachten als de slaap is weggevlogen,
Met klanken hard en scherp tot ingetogen
En hoop als resultaat op een sonnet.

Maar hoe ik al die zinnen ook bezie,
Het is geen schone kunst wat ze verhalen,
Ze blijven steken in een ritmisch falen
Of halen net aan rijm, nooit poëzie.

En gloort de morgen stil de kamer in
Dan zijn mijn rode ogen half geloken,
De doorgerookte strot is flink ontstoken
En ik ben even ver als aan ’t begin.

Maar denk ik dan ~je schrijven heeft geen zin~
Welnee, ik ruik mijn bed en duik er in.